Stuk bevat milde spoilers voor Echo. Niks dat je niet verwacht in een horrorverhaal, en niets dat de leeservaring zou storen.
Ik meen het maar zelden letterlijk als ik zeg dat een film of boek me aan het huilen maakte. Dat is met name omdat ik zelden huil als het verhaal verdrietig is. Wel stromen de tranen me vaak over de wangen als ik zie hoe het verhaal onherroepelijk mis gaat lopen. Dat is niet exact verdriet, maar een soort beklemmende ontroering.
Ik lasLink naar de Goodreads pagina voor Echo, van Thomas Olde Heuvelt. Het verhaal draait om twee jonge mannen waarvan er een bergbeklimmer is. Hij gaat klimmen in de Alpen, heeft daar een ongeluk, en komt Anders terug. Het past prima bij mijn bestaande vooroordelen. Een paar jaar geleden ben ik in de zomer in de Alpen gaan wandelen met vrienden, en ik vond de bergen eerlijk gezegd doodeng. We zijn niet hoog gegaan, en ik ga bij voorkeur niet meer bergbeklimmen.
Met nog zo’n zestig pagina’s te gaan stromen de tranen me over de wangen. Het onherroepelijke noodloot dat het ongeluk in gang heeft gezet wordt over onze helden uitgestort. Ze zien het aankomen – ze zijn genre savvy – en ze kunnen er toch niet aan ontkomen.
Zo’n beetje zoals in klassieke tragedies. Die draaien ook niet zozeer om de horror van iets dat je niet verwacht, maar het onvermogen om het tegen te houden. Ik leef in een wereld waarin zo ongeveer alles gereguleerd is om ongelukken te voorkomen. Maakt dat de horror zo’n aantrekkelijk genre?