Oprechte vraag: hoeveel van de volwassenen die de kranten, websites, en radiogolven (hebben we nog radiogolven? Enfin) vullen met geweeklaag over de ontlezing van de jeugd leest nog ten minste 1 roman per maand? Kwartaal? Ik vraag het omdat ik een paar axioma’s heb over opvoeding en de belangrijkste daarvan is “kinderen leren niet van wat je zegt. Kinderen leren van wat je doet.”
Dus we kunnen als volwassenen wel herhalen-herhalen-herhalen dat het belangrijk is dat kinderen lezen. Als we zelf netflix/golf/karaoke consistent voorrang geven op lezen, geloven kinderen niet dat we dat menen. Als we niet als ouders consistent leesgedrag voorleven, zal het grote moeite blijven kosten om jongeren te laten lezen.
Ik ben zelf een slecht voorbeeld. Ik heb geen kinderen, dus ik heb geen kinderen om het aan voor te doen.
Ik ben zelf een goed voorbeeld: ik las graag op de basisschool, en zoals veel goede gewoontes raakte ik het spoor een beetje bijster op leeftijd 14-17. Ik had vijf talen in mijn pakket, waarvan drie levende. Dat betekent dat ik in drie jaar tijd ten minste tachtig boeken moest lezen – veertig voor Nederlands, en twintig voor Frans en Engels. Toen ik mijn laatste mondeling erop had zitten besloot ik iets te lezen zuiver omdat ik er zin in had. Het werd De Meester Van de Zwarte Molen. Het heeft nog eens vijftien jaar gekost om weer een veel-lezer te worden.
Wat is er veranderd? Ik besloot op een gegeven moment dat als ik graag lees, ik er tijd voor moet maken. Ik had hulp, in de vorm van een gelukkig toeval op internet. Lieve Echtgenoot zou een weekend weg zijn, en ik struikelde op BookRiot over een aankondiging van Dewey’s Readathon dat zelfde weekend. Ik vulde het weekend zonder huisgenoot met snacks en een flinke stapel boeken. Ik maakte een goodreads account aan en ben gaan bijhouden hoeveel ik lees.
Als we willen dat jonge mensen lezen, dan zullen we zelf moeten lezen. Boeken of eboeken is daarbij minder belangrijk dan dat we consistent tijd maken om te lezen. Want als lezen belangrijk is voor jonge mensen – wat is het dan voor ouderen?